De toveres van Halle
In de stad Halle, in Vlaams-Brabant, woonde lange geleden een tovenares wier naam in gefluister voortleefd. Zij leefde niet onder gewone regels. De mensen van Halle kenden de regels van voorzichtigheid goed.
1 De tovenares van Halle
In vroeger tijden, toen hekserij nog binnenhuis woonde en magie nog sterker was dan bid, leefde in Halle een vrouw van betekenis. Zij had geen naam, of liever, niemand durfde hem uit te spreken. Haar huis stond op de hoek van twee donkere straten, en haar ramen gloeiden ’s nachts van een vreemd licht.
De tovenares was niet alleen maar een vrouw. Zij was een kracht, een wezen dat aan andere wetten gehoorzaamde dan die van gewone sterveling. Haar blik kon zieken maken. Haar woorden konden vloeken oproepen. Haar handen konden onheil trekken uit de lucht zelf.
De inwoners van Halle wisten dit. Zij spraken haar naam alleen achter gesloten deuren, fluisterend, bevend. Moeder waarschuwden hun kinderen niet naar bepaalde straten te gaan. Mannen sloegen hun ogen neer als zij voorbij liep.
2 De verdediging
Met de komst van de tovenares, kwam ook de wijsheid van verdediging. Oude priesters brachten gezegende krijt naar de huizen van Halle. Met dit krijt tekenden de inwoners cirkels op hun drempels, spreuken op hun deuren. Het krijt was niet zomaar krijt; het was gezegend met gebeden van mannen van Kerk, gedrenkt in heilige woorden.
“Het krijt zal je beschermen,” zeiden de priesters. “Zolang het cirkels tekent, kan geen magie binnentreden. Zolang deuren gesloten zijn, blijft het kwaad buiten.”
De nacht werd een verdediging. Gesloten deuren, gesloten ramen, krijt op de dorpels. In ieder huis van Halle lagen huisvrouwen wakker, luisterend naar het geluid van voetsstappen buiten, bang dat zij zou komen. Maar zolang het krijt stand hield, was het dorp veilig.
3 Het geheim van de zee
Jaren gingen voorbij. Langzaam, als een vervloeking die zich langzaam loost, begon de hekserij uit het dagelijks leven te verdwijnen. Minder mensen geloofden. Minder priesters zeiden hun gebeden. Minder krijt werd gezegend.
Maar de ouders van Halle kenden de waarheid. De hekserij was niet verdwenen; zij was verbannen. Alle magie, alle donkere krachten, alle tovenaarij was naar zee gegoten. Naar de diepten waar geen mens kan kijken, waar het water zelf onheilspellend is.
“De zee draagt alle onheil,” zeiden zij tegen hun kinderen. “Daarom blijft ons dorp schoon. Daarom blijft ons dorp heilig.” En dus leerden de kinderen van Halle, generatie na generatie, dat veiligheid voortkomt uit voorzichtigheid, en dat het kwaad altijd ergens wacht, ver weg, maar niet echt weg.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


