Het kaartspelend geraamte van Tongeren
In de Kempen leefde eens een verhaal dat door generaties werd doorgegeven: het verhaal van drie broers, een verlaten kasteel en een bovenaardse tegenstander bij het kaartspel.
1 Het kasteel en de erfenis
Drie broers uit de Kempen kregen te horen dat zij van een verre neef een prachtig kasteel konden erven. Het enige wat zij moesten doen, was eenvoudig, zij het eng: één nacht in het kasteel doorbrengen. De broers waren niet arm, maar een kasteel! Dat was een fortuin. Dus bespraken zij wie het eerst zou proberen. De avond viel, en de jongste broer trok zijn jas aan. Met een zwakke glimlach zei hij tot zijn broers: “Morgen zien wij elkaar terug.” Hij stapte het kasteel in, deed de deur achter zich dicht, en de duisternis omhulde hem. Zijn broers konden slechts afwachten.
2 De eerste twee broers vluchten
Rond het middernachtelijk uur klonk er een verschrikkelijk geluid uit de schoorsteen van het kasteel. De eerste broer, die nog wakker was, hoorde het. Een voet, zwart en knokig, viel met een doffe klap op de vloer. De broer schreeuwde het uit van angst. De voet begon over de grond te rollen, langzaam, gericht op hem toe. Hij vluchtte zonder om te kijken. Voor hem was het duidelijk: dit kasteel was vervloekt. De volgende avond probeerde de tweede broer zijn geluk. Ook hij hoorde het verschrikkelijke geluid van de schoorsteen. Ditmaal viel niet alleen een voet, maar ook een romp uit het zwarte gat. Toen zag hij armen en benen volgen. De tweede broer overweldigde van angst, rende de deur uit en besloot nooit meer terug te keren. Het kasteel, dacht hij, kon hem niets schelen.
3 De derde broer en het kaartspel
Toen kwam de derde broer aan de beurt. Deze was anders dan zijn broers. Hij had veel van zijn tijd doorgebracht in het leger en had veel gezien. Toen hij die nacht in het kasteel zat, en het afschuwelijke geluid klonk, bleef hij kalm. Een voet viel, daarna een romp, armen, benen, alles verdween in het duister van de kamer. Langzaam, heel langzaam, begonnen alle botten zich bijeen te voegen. De broer zag hoe zich voor hem een volledige geribbe vormde. Met loden benen bleef hij zitten. Toen, tot zijn verbazing, begon het geraamte tafel en stoelen te zoeken. Met knellende geluiden schoof het geraamte aan en haalde kaarten tevoorschijn. “Wil je kaarten?” vraagde het geraamte met een stem als wind door kale takken. De derde broer voelde zijn hart kloppen. Maar hij dacht aan het erfgoed, aan zijn broers, aan wat het betekende om een man te zijn. Hij schoof een stoel bij en zei: “Ik speel.” De nacht lang speelden zij, en bij elke ronde groeide het vertrouwen van de broer. Toen de dageraad aanbrak, verdween het geraamte en was het kasteel bezet van alle vervloekingen. De derde broer had het kasteel gewonnen door moed en doorzettingsvermogen.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


