De citroen van Eva en het feest van Menton
Menton ligt in de allerlaatste bocht van Frankrijk, tegen de Italiaanse grens, met de zee voor zich en een halve kring bergen in de rug. Wie er in januari aankomt ziet iets wat verderop in het land onmogelijk is: bomen vol gele vruchten, in de open lucht, midden in de winter. De Mentonezen hebben daarvoor een verklaring die ouder is dan alle weerkunde. Het komt, zeggen zij, omdat Eva hier ooit is langsgekomen.
1 De vrucht in de plooi van haar mantel
Het verhaal gaat zo. Toen de poort van de hof van Eden achter Adam en Eva dichtviel, droeg zij iets bij zich wat zij niet had mogen meenemen. Geen appel, want die was al opgegeten en had onheil genoeg gebracht, maar een gouden vrucht die zij in de plooi van haar mantel verborgen hield: een citroen. Zij had het niet over haar hart kunnen verkrijgen om alles achter te laten.
Adam schrok toen hij het gele licht onder haar mantel zag branden. Werp hem weg, zei hij, voor men het merkt. Wij zijn al eenmaal gestraft; laat er geen tweede straf komen. Maar Eva antwoordde dat zij de vrucht niet zou wegwerpen en haar ook niet zou opeten. Zij zou haar planten, en wel op de eerste plek ter wereld die zou lijken op de tuin waaruit zij kwamen.
Zo begon een lange tocht langs kusten en over passen. Overal keek Eva om zich heen en schudde het hoofd: te koud, te droog, te kaal. Tot zij bleef staan boven een baai waar de bergen zich openden naar het zuiden, waar het licht op het water lag als een tweede hemel en waar het in de winter niet vroor. Hier, zei zij. Zij groef met haar handen in de warme aarde en legde de citroen erin.
Het is een volksverhaal, geen kroniek; geen middeleeuws stuk kent het. Toch is het in Menton echt gespeeld: op 20 april 1933 voerde men in de tuinen van het Riviera-Palace een «Legende van de citroen» op, met Eva en haar vrucht.
2 De bergen die de noordenwind tegenhouden
Leg de legende naast de kaart en men ziet dat Eva goed heeft gekeken. Achter de stad staan de Mont Agel, de Mont Ours en de Roc d’Orméa, uitlopers van de Préalpes de Nice, alle drie boven de duizend meter. Samen vormen zij een halfrond dat naar het zuiden openligt. De koude noordenwind stuit erop en gaat eroverheen; de zon valt de hele dag in de kom; de zee eronder houdt de temperatuur gelijkmatig. De winters blijven zacht, de zomerlucht blijft vochtig, en de zandsteen geeft luchtige, licht basische grond.
Daardoor staat de citroenboom hier in volle grond waar hij elders onder glas moet. Hij kent geen echt seizoen: aan een en dezelfde tak hangen tegelijk witte bloesem, groene knopjes en rijpe vruchten, het hele jaar rond. Zo noordelijk gebeurt dat vrijwel nergens meer.
De citroenboom wordt in Menton al in 1471 genoemd. Rond 1800 telde men er tachtigduizend, en kisten Mentonse citroenen gingen per schip naar Rusland, naar het hoge noorden van Europa en tot in Amerika, want de vrucht bleef weken goed. In 1848 kwam de stad zelfs in opstand tegen de vorst van Monaco, die belasting hief op de uitvoer van citroenen; Menton maakte zich los en werd in 1861 Frans.
Daarna kwamen vorstnachten en ziekte, en de boomgaarden liepen leeg. Vanaf 1992 werd opnieuw geplant. Op 21 september 2015 kreeg de citroen van Menton een beschermde geografische aanduiding.
3 Het feest, de trappen en de tuinen
Menton viert die vrucht. Carnaval loopt er al sinds 1875; in 1928 hield men in een hoteltuin voor het eerst een tentoonstelling van citrusvruchten, en in de jaren dertig kreeg het geheel de naam Fête du Citron. Sinds 1936 worden de Jardins Biovès ervoor omgebouwd, de brede laan die van de zee landinwaarts loopt. Daar rijzen dan beelden van meters hoog op, opgebouwd als een geraamte van ijzerdraad met guirlandes van buxus, waarop de vruchten stuk voor stuk met een elastiekje worden vastgezet. Er gaat zo’n honderdveertig ton citrus in om, een miljoen elastiekjes en veertien dagen werk van een honderdtal handen. Achteraf worden de vruchten voor weinig geld verkocht. In de oorlogsjaren en in 1991 ging het feest niet door; in 2019 werd het opgenomen in de Franse inventaris van immaterieel erfgoed.
Boven het feestgedruis ligt de oude stad, een stapeling van hoge huizen en smalle trappenstraten. Brede trappenrampen voeren omhoog naar het gekiezelde voorplein van de basiliek Saint-Michel-Archange, gebouwd tussen 1639 en 1653, met een klokkentoren van drieenvijftig meter uit de jaren 1701 tot 1703.
En dan zijn er de tuinen. De Serre de la Madone, vanaf 1924 aangelegd door Lawrence Johnston op een helling met citroen- en olijfbomen. Het Val Rahmeh, waar dadelpalmen en oude olijven staan. En het park van het palais Carnolès, met de grootste citrusverzameling van Frankrijk. Wie er in februari loopt, ruikt bloesem en denkt aan Eva.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


