Shield
Moustiers-Sainte-Marie, Provence-Alpes-Côte d’Azur / Alpes-de-Haute-Provence

De ster van Moustiers

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Moustiers-Sainte-Marie ligt in een spleet. Het dorp klimt tegen de flanken van een ravijn dat de Riou uit de kalk heeft gezaagd, en boven de daken hellen twee rotswanden naar elkaar toe. Tussen die wanden hangt, aan een ketting van honderdvijfendertig meter, een vergulde ster. Ze zweeft boven de kapel Notre-Dame-de-Beauvoir en boven het hele dorp, zonder zichtbare steun, alsof iemand haar daar is vergeten. Wie er voor het eerst onderdoor loopt, kijkt omhoog en vraagt waarom. Het dorp heeft daarop geen antwoord, maar wel een stuk of zeventien verhalen.

HW HW

1 De gelofte aan de ketting

Het meest vertelde verhaal gaat zo. Een ridder uit het huis Blacas, een van de grote geslachten van de Provence, trok mee op kruistocht en viel de Saracenen in handen. In de kerker beloofde hij de Maagd dat hij, als hij ooit levend thuiskwam, een ster boven zijn dorp zou hangen. Hij kwam thuis en hield woord. De ster die hij liet ophijsen had zestien punten, zoals de zon in het wapen van zijn familie.

Daarnaast lopen andere lezingen. Een schipbreukeling die in de storm dezelfde gelofte deed. Een zieke die genas en uit dank betaalde. Twee gelieven uit vijandige families die zich samen van de rots stortten, waarna de verzoende ouders de ster ophingen. Een ridder van Rhodos. En de nuchterste: de inwoners hingen haar er zelf op, opdat de Maagd op hun huizen zou letten.

Eerlijk is eerlijk: geen middeleeuws document noemt de ster. De kruistochtversie werd pas in 1885 door Frédéric Mistral opgetekend, en de datering wisselt van de twaalfde eeuw tot Damiette in 1249. Wat vaststaat is de ketting. Die brak keer op keer, door mistral, bliksem en roest; men telt minstens elf sterren die elkaar opvolgden, onder meer in 1882 en 1957. De huidige hangt er sinds 1995, teruggevonden onder in het ravijn en opnieuw verguld. Vijf punten, ruim een meter, en met de ketting zo’n honderdvijftig kilo. Het staal is modern; de gewoonte is oud.

2 De trap naar Beauvoir

Onder de ster ligt de kapel. Wie erheen wil, klimt tweehonderdtweeënzestig treden langs de rotswand omhoog, voorbij een kruisweg met geglazuurde staties. Notre-Dame-de-Beauvoir wordt in 1113 genoemd; de overlevering schrijft de stichting aan Karel de Grote toe, wat niemand kan aantonen. De eerste twee traveeën zijn romaans, de rest werd in 1536 gotisch aangebouwd, met het jaartal in de triomfboog. Sinds 1921 is het gebouw geklasseerd.

Op 8 september, het feest van Maria-Geboorte, trekt het dorp nog altijd de trap op. Vroeger kwam men van veel verder: van het plateau van Valensole, uit de dalen van de Verdon, met kaarsen en met ex-voto’s die men aan de muur hing. Van boven ziet men het hele dal, en de ketting van dichtbij.

De kapel had ook een taak die vandaag ongemakkelijk aanvoelt. Beauvoir was een sanctuaire à répit, een oord van uitstel. Wie een doodgeboren kind had, droeg het naar boven en legde het op het altaar. Er werd gebeden, soms urenlang, en men lette op een teken: kleur op de wangen, een warmte, een veertje op de lippen dat bewoog. Bij zo’n teken werd het kind meteen gedoopt en mocht het in gewijde grond. Tussen 1666 en 1673 zijn hier driehonderdzesendertig van die gevallen opgetekend. Wat men zag, was vrijwel zeker het gewone werk van een lichaam na de dood. De kerk bestreed het: synodes verboden het in 1452 en 1524, Rome veroordeelde het in 1729, Benedictus XIV herhaalde dat in 1755. Toch bleef men klimmen.

3 Het witte glazuur en de kloof

Beneden in het dorp bakte men aardewerk. In de zeventiende eeuw kreeg Moustiers het geheim van een volmaakt wit, melkachtig glazuur in handen; volgens de plaatselijke overlevering bracht een Italiaanse monnik uit Faenza het mee en verklapte het aan de pottenbakker Pierre Clérissy, die zich vanaf 1679 maître faïencier mocht noemen. Op dat wit kwam het diepe kobalt dat sindsdien het blauw van Moustiers heet.

Men schilderde er jachttaferelen op naar prenten van Antonio Tempesta, ranken in de trant van Jean Bérain, en wapenschilden; vanaf 1737 bracht Joseph Olérys de veelkleurige grotesken. Tegen 1790 draaiden er een twaalftal werkplaatsen. Toen kwamen het Engelse aardewerk en het porselein, en in 1873 sloot de laatste. Marcel Provence stookte in 1927 opnieuw een oven, in 1930 opende het museum, en vandaag werken er weer een handvol ateliers.

De naam komt van moustier, klooster: monniken van Lérins zouden zich hier in de vijfde eeuw hebben gevestigd. Stroomopwaarts snijdt de Verdon zich honderden meters diep door de kalk, stroomafwaarts ligt het meer van Sainte-Croix. Het dorp telt nog geen zevenhonderd inwoners en staat sinds 1983 bij de mooiste van Frankrijk. Bijna elke bezoeker blijft ergens op de trap staan, draait zich om en kijkt omhoog. De ster hangt er nog.

Bron: Mondelinge overlevering van de Haute-Provence; Frédéric Mistral en het Felibrige (1885); registers van Notre-Dame-de-Beauvoir (1666-1673); Office de tourisme de Moustiers-Sainte-Marie.
Wist je dat? Het gemeentewapen toont precies het uitzicht: op een blauw veld twee zilveren rotsen die uit de flanken opkomen, daartussen twee gouden lelies, en bovenin een zilveren ketting die de beide toppen verbindt, met halverwege een gouden ster aan een schakel. Stroomopwaarts is de Verdonkloof vijfentwintig kilometer lang en tot zevenhonderd meter diep, een van de diepste canyons van Europa; stroomafwaarts liet EDF in 1973 het stuwmeer van Sainte-Croix vollopen. De parochiekerk beneden in het dorp heeft een romaanse klokkentoren in lombardische stijl. En het faïencemuseum kreeg in 2014 de verzameling van Pierre Jourdan-Barry erbij.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard