Shield
Étretat, Normandie / Seine-Maritime

De Kamer van de Jonkvrouwen van Étretat

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Boven het kiezelstrand van Étretat rijzen twee muren van wit krijt uit de zee op. In de zuidelijke, de falaise d’Aval, zit hoog in de wand een holte die de Chambre des Demoiselles heet: de Kamer van de Jonkvrouwen. Groot is ze niet: een kamertje in het krijt met uitzicht op niets dan water en lucht. Waarom een gat in een rotswand zo’n naam draagt, vertelt men in het Pays de Caux al generaties lang met hetzelfde verhaal, en het is geen vrolijk verhaal.

HW HW

1 De drie in de krijtrots

In Étretat woonde een koopman met drie dochters, in de meeste versies Eléonore, Jacinthe en Catherinette geheten. Andere vertellers maken van hen de kinderen van een leenman van de heer van Étretat; het dorp hield zich nooit erg streng aan die bijzonderheden. Over de tegenspeler zijn alle versies het eens: de baron van Fréfossé, genoemd naar de hoeve en de droge vallei die boven op het plateau achter de klif tot vandaag zo heten. Hij was rijk, hij was gevreesd, en hij wilde de drie meisjes in zijn kasteel hebben.

Zij weigerden, meer dan eens. Daarop zwoer de baron dat hij ze met geweld zou halen. Op een zomeravond overviel hij hen met een knecht op het pad langs de rand. De meisjes vluchtten over de klif en kropen door een nauwe spleet in het krijt, een holte die ze kenden. Daar zaten ze veilig, tot boven hen een stuk rots losliet en de opening dichtviel. Krijt is zacht; wie hier woont weet dat. Na drie dagen was het stil in de kamer.

Sindsdien, zegt men, hoort men bij storm hun klagen tussen de vlagen door, en zien vissers op zee ’s nachts een schijnsel in de rotswand waar geen licht hoort te zijn. Op mistige avonden zouden drie witte gestalten met opgeheven armen over de klifrand lopen. De baron zelf werd tot aan zijn dood door hen achtervolgd. Dat laatste hoort bij het genre: de straf moet in het verhaal zitten, want in het leven kwam ze zelden.

2 Het dorp onder de wand

Achter de legende ligt een dorp dat eeuwenlang van de zee leefde en haar vreesde. Étretat had geen haven, alleen een steil kiezelstrand. De boten werden met een lier omhoog getrokken en weer neergelaten; bij slecht weer lagen ze hoog boven de vloedlijn. De vangst ging over land naar Le Havre.

Op datzelfde strand stonden de caloges: afgedankte bootrompen, omgekeerd of overeind gezet, met een dak van riet erop. Ze dienden als schuur voor netten, boeien en gereedschap, vlak bij de lier van de eigenaar. Later verving men het riet door geteerde planken. Op prenten en foto’s uit de jaren 1860 staan ze in rijen langs het strand, en Monet tekende er een in pastel. De laatste echte zijn vergaan; wat er nu staat, is nagebouwd.

De klif zelf is een blijvend gevaar. Het krijt brokkelt, aan de voet en aan de rand. Wie door het Trou à l’Homme naar het strand van Jambourg wil, moet het getij kennen, of hij komt er niet meer uit. De gemeente heeft daarom in april 2025 de Chambre des Demoiselles en enkele tunnels bij besluit voor bezoekers gesloten, wegens instortingsgevaar. Het verhaal van de drie meisjes zegt op zijn manier precies hetzelfde.

3 Toen de schilders kwamen

In de negentiende eeuw kwam een tweede Étretat over het eerste heen. Eugène Isabey schilderde er vanaf 1824, Delacroix maakte er rond 1849 aquarellen, Courbet werkte er in 1869. Claude Monet keerde tussen 1868 en 1916 telkens terug en maakte meer dan tachtig doeken van deze kust, met de Manneporte en de Porte d’Aval als vaste motieven. Guy de Maupassant bracht er zijn jeugd door en beschreef de kliffen in zijn brieven en in de roman «Une vie».

Van hem stamt ook het beeld dat elke gids herhaalt: een doorboorde klif die eruitziet als een olifant die zijn slurf in zee steekt. Meestal wordt dat nu op de Porte d’Aval geplakt, met de Aiguille ervoor als slagtand; bij Maupassant zelf ging het om de kleinere Porte d’Amont. Zulke namen had het volk trouwens al eerder: een boer noemt wat hij ziet.

Maupassant schreef ook een gedicht over de Chambre des Demoiselles, maar daarin komen geen drie zusters voor: bij hem verleidt Satan een meisje en stort haar in de diepte. De namen duiken pas op in laat opgeschreven versies, en de wrede baron werd fraaier getekend naarmate er meer badgasten kwamen. Oud is de naam van de holte en de gewoonte om de wind boven de klif als een stem te horen. In 1909 zette Maurice Leblanc er zijn Arsène Lupin in, in «L’Aiguille creuse», en in 1927 liet hij de letters D en F in de rots hakken. Ook die fictie hoort er nu bij.

Bron: Mondelinge overlevering van het Pays de Caux; Guy de Maupassant, «Légende de la Chambre des Demoiselles à Étretat» (Poésies diverses); Maurice Leblanc, «L’Aiguille creuse» (1909).
Wist je dat? De Aiguille voor de Porte d’Aval is vijfenvijftig meter hoog en werd pas in 1936 beklommen, door de alpinist Pierre Allain. De Manneporte, ongeveer vijfhonderd meter verder zuidwestwaarts, is de grootste van de drie natuurlijke bogen; Maupassant schreef dat er een schip met volle zeilen onderdoor kon. Op de falaise d’Amont staat de kapel Notre-Dame-de-la-Garde, bereikbaar via 263 treden en na de Tweede Wereldoorlog herbouwd. Jacques Offenbach liet er een villa bouwen die hij naar zijn opera Orphée noemde. En het strand is geen zand maar kiezel: Étretat telde in 2022 nog geen twaalfhonderd inwoners en ontvangt inmiddels miljoenen bezoekers per jaar.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard