Het brandende geld van Vianden
Boven Vianden staat de grootste burcht van Luxemburg, op een rots in een lus van de Our. Wie er in de negentiende eeuw omheen liep, wist dat er op bepaalde plekken geld in de grond zat. Niet als gerucht, maar als iets dat je kon zien: om de zeven jaar brandde het.
1 De blauwe vlam
Bij het slot van Vianden, op de plek die de Kahlerplütz heet, zou om de zeven jaar geld branden. Het begon als een kleine blauwe vlam. Die werd langzaam groter, en dan doofde ze plots. Wie snel genoeg was en op het juiste moment kwam, kon opgraven wat eronder lag.
Een inwoner van Vianden, een zekere Pfeifenschneider, kwam er ooit werkelijk bij. Hij haalde zijn rozenkrans uit zijn zak om die in het vuur te werpen, want dat was de manier: gewijd voorwerp in de vlam, en de schat kwam vrij. Maar voor hij de kans kreeg, was de vlam uit.
2 Het woord dat alles bedierf
Ook op het Pitgesfeld zou geld branden. Daar probeerden drie mannen het samen. Zij vonden de plek, zij bezwoeren de duivel volgens de regels, en de duivel liet het geld los. Zij hadden het bijna in handen.
Toen zei er een: « Moed, vrienden! » Meer was het niet. De schat zonk weg en kwam niet meer terug.
3 Waarom het altijd misgaat
Dat is de vorm die dit soort verhalen overal aanneemt. De schat is er, de plek is bekend, de handeling is uitvoerbaar, en toch mislukt het altijd op het laatste ogenblik, door iets kleins: een woord te veel, een aarzeling, een blik opzij. Het volksgeloof eiste bij het heffen van een schat volstrekte stilte.
Zo blijft het geld waar het is. En zo blijft de plek interessant, want wie het verhaal kent, weet precies waar hij over zeven jaar moet gaan kijken. Gredt tekende het rond 1880 op in Vianden zelf; de burcht was toen een ruine, lang voor de restauratie die haar terugbracht tot wat er nu staat.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


